Vorige Uitgawes

Soek deur  Die Kerkpad


Inhoud

REDAKSIONEEL

HOOFARTIKEL:
Die vaste punt van ons bestaan

AKTUEEL: Sportverdwasing .... selfs-verafgoding 

SKRIFOORDENKING:
Die misdaad van Agan (Jos 7..)

Beswaarskrif van die Kerkraad van die Gereformeerde Kerk Oos-Moot

Christus se borgtogtelike lyding

In die begin was die Woord ...

Dr JAE (KOOS) Adendorff se pad : - Buitengesluit uit die NG Kerk te Elsburg -

KERKLIKE JOERNAAL: 
Algehele wantroue oor waarheidskarakter van Handelinge Sinode 2003

Klassis Pretoria Moot : Beskrywingspunte insake die verwerping van sekere sinodebesluite

Die Gereformeerde Kerk Witrivier : Besluit teen toelating van vroue in diakenamp asook teen gebruik van 2001 (CLOETE) omdigtings

Gereformeerde Kerk Pretoria-Wapadrant skakel oor na kleingroepbediening (KGB)

Belhar-belydenis deur NG Sinode aanvaar

OPVOEDING EN ONDERWYS:
Godsdienstige indoktrinasie duer middel van skoolgodsdiens

BCVO persverklaring 24 September 2003

Hoeksteen vir Eg Suid-Afrikaanse universiteit gelê .... ten koste van die PU vir CHO !

Seksvoorligting op skole

KERK, STAAT EN MAATSKAPPY:
Postmodernistiese skrifuitleg -'n Doodloopstraat

PERSRUBRIEK:  Afrikaanse Radio-Advertensie gebruik die Bybel vir karikatuur van "Apartheid"

Intergeloof bevorder deur Lutherhaan en ander sogenaamde "Christene"

Geloofsbelydenis of ongeloofbelydenis?

Behoedende Kerklike berigte vanuit Nederland

"Vrijmaking" in Bergschenhoek (Nederland)

Pompeji "U raak die berge aan en hulle rook" (Ps 104:32)

QUO VADIS?

KOMMENTAAR: Appartheid 

GESPREK MET LESERS: 

MEDIESE ETIEK: 
Die probleem van Outonomie

INTEKENING

REDAKSIE

Die Kerkpad
"Laat ons wandel in die lig van die Here"
(Jes 2 ; 3 - 5)

Jaargang 7  No 6 November 2003

CHRISTUS SE BORGTOGTELIKE LYDING

Ja, spreekt nu God. In dit ééne uur, en bij dezen éénen aangeklaagde, moet het alzóó geschieden. De kromme handel van die menschen - dáárin liep leeg de trechter van Gods recht.

De sleutel ter verklaring?

Wel, die ligt in één enkel woord.

Dat woord is: bogtocht.

Dit alles moet alzoo geschieden, omdat de Chistus, die als Borg hier lijdt, de pijn van het exlex*-wezen voelen moest, niet ná den dood, maar vóór Zijn dood*-wezen voelen moest, niet ná den dood, maar vóór Zijn dood.

Wees nu heel voorzichtig, want de plaats waarop gij staat, is heilig land.

Maar zwijg toch ook weer niet, van wat de Schrift u leert.

Zij leert ons, dat de Christus hier als Borg Zijn kruis opneemt, en als verdoemde naar de vloekplaats gaat.

Als Borg komt Christus de schuld lijden, die Zijn volk gemaakt heeft. De straf, die ons den vrede aanbrengt, was op Hem.

En tot die straf, die ons den vrede aanbrengt, behoort - gelijk gezegd werd - ook dit, dat wij in déze wereld, ten overstaan van deze aarde, en van de gemeene gratie, tot een exlex worden. Elke zondaar moet het wéten, dat de door hem verdiende straf nog altyd vreeselijker is, dan strafvormen en strafwoorden hier op aarde vermogen uit te drukken. En dat daarna hem wacht de helsche smart, de helsche pijn.

Daarna. Na zijnen dood.

Wanneer nu óók de Christus de hellepijn zou lijden ná Zijn lichamelijken dood, dan zou Hij onze Middelaar niet kunnen zijn.

Want het middelaarskap moet niet slechts aan God betalen, doch het moet aan Gods toorn uitbetalen. Het moet met dien betalingsarbeid gereed komen. Daar moet een eind komen aan de betaling, die de Middelaar aan God volbrengt in de plaats der zijnen. Anders komt er nimmer een: het is volbracht.

Daarom moet óók het helsch torment, de helsche censuur, de oneindige, de maatlooze pijn, die voor alle ándere buiten God stervende menschen ná den dood komt, voor Christus vallen vóór Zijn sterven. Heel het mysterie van de nederdaling ter helle, zooals het gezien word, onder andere, in den Heidelbergschen Catechismus rust op die gedagte; en eveneens komt deze zelfde idée naar voren in Zondag 5 en 6 van dezen zelfde Catechismus; omdat ook daar beleden wordt, dat de Middelaar, die ons waarlijk zal verlossen, in dit aardsche leven bewust doorlijden moet, en vóór Zijn sterven, vóór Zijn heengaan uit de wereld, en uit den cirkel van den tijd, wat de verloren mensch buiten Hem het sterven en aan de anderen kant van dezen tijd zal ondergaan. Want eer de Middelaar kan zeggen: het is volbracht, behoort de óneindige straf, de oneindige, d.w.z. volkómene, uitdrukking van den ongehouden en ongebonden toorn van God door Hem doorstaan te zijn, en moet Hij er onder uit gekomen zijn. Niet Zijn dood, doch vóór Zijn dood. Niet in de andere wereld, maar in déze wereld. Niet als Hij weggeslingerd is ván deze aarde, en buiten "ons" gebied, - het gebied van den vicieuzen cirkel, en van de gemeene gratie, - maar hier in ónze wereld, in ónzen levenskring, in ónze aardsche woning van gemeene gratie en van nog slechts "gemeenen" toorn waarin wij allen ademhalen. ...

Want evenals Christus de helschen pijn doorleden heeft vóór Zijn lichamelijken dood, met vól bewustzijn, zóó heeft Hij ook de pijn van den exlex*, wiens ellende immers te voren onder Israel door het Woord reeds was gepredikt als de aanvang, de inzet, de zékere overgang naar de helsche verdoemenis, verdragen bij Zijn leven, vóór Zijn dood, met vólle bewustheid.

* "Wij zagen Hem tot exlex worden: dat is: tot één, die door de menschen uitgeworpen is buiten den rechtskring van de wet. ...

... Exlex kan iemand dán eerst zijn, als de wet aan hem alles gedaan heeft, als er niets meer in of aan hem te doen is. ... De exlex kan eigenlijk slechts aan het eind van 't proces worden geproclameerd." (bl 7, 8)